Geely kan Volvo's niet zelf ontwikkelen
Het Chinese Geely als kandidaat voor de overname van Volvo biedt mogelijk nieuwe perspectieven voor de Vlaamse assemblage-industrie. Ford twijfelt uiteraard tussen de op prijs gestelde 2 miljard dollar die de verkoop kan opbrengen en de vrees voor overdracht van intellectuele eigendom.
Ondanks de voordelen van door de Chinese overheid verplicht opgelegde joint-ventures met Westerse bedrijven, hebben Chinese autobouwers nog steeds een duidelijke achterstand qua onderzoek en ontwikkeling. Met de overname van Volvo, inclusief beperkingen die Ford zal opleggen wat intellectuele eigendom betreft, is dit probleem voor Geely niet opgelost. Daarvoor zit het ontwerpen en ontwikkelen van Volvo-modellen te diep geïntegreerd in Fords eigen platformstrategie.
Tot de overname door Ford, werden Volvo-modellen voor een groot deel ontwikkeld bij het Nederlandse PD&E in Eindhoven. Dat werd vijftig jaar geleden opgericht als DAF's eigen afdeling onderzoek en ontwikkeling. Na het failliet van DAF personenwagens, ontwikkelde PD&E auto's voor de nieuwe eigenaars Volvo en Mitsubishi.
Na de overname van Volvo verkocht Ford het bedrijf aan het Duitse Benteler, met een jaaromzet van 9,3 miljard dollar nummer zestien op de wereldranglijst van toeleveraars aan de auto-industrie. Benteler heeft gelijkaardige knowhow op het gebied van systeemintegratie, productie en assemblage als Magna. Zonder in dit geval enige terughoudendheid op gebied van overdracht van intellectuele eigendom. PD&E biedt zelfs crashtestfaciliteiten.
De combinatie van assemblage know-how in Gent met topfaciliteiten voor onderzoek en ontwikkeling op nog geen uur rijden van Gent, is een optie die de Vlaamse overheid moeilijk over het hoofd kan zien.
Een samenwerking met Benteler is trouwens niets nieuws voor de Volvo-fabriek in Gent. In 2003 verkocht Volvo haar Gentse chassisafdeling (Volvo Chassis Center) aan Benteler. Sindsdien produceert Benteler ter plaatse chassismodules voor de Gentse fabriek. De 100 werknemers die hun job dreigden te verliezen werden door Benteler overgenomen. De fabriek in Gent is Bentelers negentiende Europese fabriek. Voor de Vlaamse regering kan het alleszins nooit kwaad contact op te nemen met de Pd&E dochter in Helmond (Eindhoven).
Vic Heylen werkt voor het Flander's Centre for Automotive Research (FCAR), een onafhankelijk, academisch ondersteund kenniscentrum voor de automobielindustrie.


Reacties
Nieuwe reactie plaatsen